Het Mysterie van de Verdwijnende Pennen

Weet iemand wat er met alle pennen gebeurd? Echt zelden schrijf ik een pen leeg. Hoe kan dat nou, want regelmatig koop ik pennen. Toen ik hier kwam wonen had ik twee pakjes pennen met elk tien stuks gekocht (€ 0,98 @ Action(a)). Zo veel, omdat ik anticipeerde op Het Mysterie van de Verdwijnende Pennen (Met de Cock met C-O-C-K).  We zijn nu vijf maanden verder en ik hem nog vijf pennen over. En ik heb serieus gezocht naar de verdwaalde pennen. In mijn acht tassen, boeken, laden, achter de tv, onder mijn kussen, tussen mijn sokken en veel andere belachelijk plekken. Slechts vijf pennen! Waar zijn ze heen?

Ik kan me niet herinneren dat ik in de laatste jaren een pen leeg heb geschreven. En dat terwijl ik best veel schrijf. Een optie kan zijn dat ik pennen uitleen op school en dat mensen zo lief zijn om deze voor mij te bewaren. Om de tussenstand te peilen, zou ik het fijn vinden als je me er even op attendeert als je nog een pen van mij hebt. Ik hoef hem niet terug (voor die 9,8 cent per pen… zelfs ik kan dat nog wel missen) Ik meld dat er maar even bij, want misschien zijn er dan meer mensen die durven toe te geven dat ze een pen van mij hebben. Het Mysterie van de Verdwijnende Pennen is een serieuze zaak, waarvan het onderzoek ook serieus uitgevoerd moet worden voor een realistische meting.

Wat nog wel het ergste is, is het drama rondom de Rode Pennen. In september had ik er vier. Nu heb ik er nog één. En ik gebruik ze niet eens! Niet om te schrijven tenminste. Één rode pen zit bij mijn Nintendo, omdat ik vingerkramp krijg als ik met die tandenstoker die bij de DS zit op het scherm tik.

De Nintendo was mee op vakantie (Mahjong roels:p). En je raadt het nooit: Dag twee: pen weg! Echt WTF! Op de terugreis betrapte ik moeder er op dat ze met een soortgelijke pen haar proefwerken aan het nakijken was. Na nadere inspectie bleek dit mijn pen te zijn. Ik kon het niet over mij hart verkrijgen om deze terug te eisen, want ze leek er zo gelukkig mee en ook de pen keek niet ontevreden.

Ik mis dus nog twee rode pennen en maar ik beschik een hoofdverdachte… De aanvraag voor het huiszoekingsbevel is ingediend.
Één pen terecht nog veertien kwijt. Kan me voorstellen dat ik wel eens één verlies, of per ongeluk ergens laat liggen. Laat zeggen dat dit tien procent is, dus twee pennen, waarmee ik op nog twaalf vermiste pennen kom.

Dit is precies de reden dat mensen in kabouters geloven. En elfjes en de tandenfee. Dingen verdwijnen en niemand weet waarheen. Ik ben genoodzaakt om elfenvallen op te zetten. Voel me er verschrikkelijk bij, want die arme vleugeltjes van die arme elfjes komen in de val klem te zitten en in paniek breken de elfjes de vleugels door het proberen los te wringen. Maar er zit echt niets anders op. IK WIL MIJN PENNEN TERUG!

 

28 February 2011
By on 18:33
Schlap mich @ Schaldming

Wintervakantie is een uitdagende gebeurtenis. Let op het gebruik van het woord wintervakantie en niet wintersport. Want sporten heb ik ook wel gedaan, maar de avonturen van de afgelopen week zijn wellicht een beetje sporten, maar vallen meer onder de categorie vakantie… 
Ik heb een hekel aan de rit in de auto. Twaalf uur lang voel ik me rot en ben ik chagrijnig. Niet heel leuk voor mijn medelijdenhebbende familieleden. Best ironisch; door het vuur gaan voor een weekje sneeuw. 
En dan ben je er. Dit jaar zitten we in Schladming (of op zijn Josha's: Schlap Mich.) Het snowboarden op zich is ook al een avontuur. Natuurlijk wil ik de eerste dag te veel en ben ik de tweede dag te moe. De derde dag, hersteld, maar naïef, wil ik te hard en ga ik om de haverklap op mijn bek. Prachtig, de eerste blauwe plekken zijn binnen. Vervolgens wil familie de Haan gaan rodelen. Natuurlijk doen we daaraan mee. Meneer de Haan op een slee is een moment dat niet gemist mag worden. 
Daar gingen we, een groep van vijftien man (, vrouw en kinderen) de berg op in een veel te krappe lift. Boven op de berg de kroeg in. Schnaps en biertje achterover en dan maar full speed naar beneden. Volgens mij hoef ik het daarop volgende half uur niet uitgebreid te beschrijven. ‘Woei’, ‘O-ohhhhh’ en ‘BAM’ zeggen voldoende. Twee dagen later heb ik een blauwe plek ter grootte van de Waddenzee op mijn kont. 
Ondanks het blijvende letsel was het best gezellig met familie de Haan. We besluiten om de dag erop de vier bergen in het gebied te overmeesteren. Steven en ik staan netjes op tien uur op Hauser Kaibling. Een kwartier later komt de rest er aan.(Klassieke Jongerenwerk stijl:p ) Dit heeft onze bergtocht de das om gedaan, want vervolgens staan we 10 minuten in de rij voor de lift en welja, deze lift begeeft het. Laat het nou net de lift zijn die we nodig hebben om op berg nummero twee te komen. Hele meute mensen naar de volgende lift, waar zich vervolgens ook een rij van een half uur vormt. ‘Dan maar koffie’ stel ik voor. Ronald verstond me verkeerd of wou het gewoon niet horen en komt met zeven schnaps aan. En dat om half 11 al. 
Na de schnaps naar benden, we denken de bus te pakken naar de volgende berg maar: ‘Ja jammer jongens, de bus gaat pas over drie kwartier.’ Dit keer een heise choco tijdens het wachten(want koffie bestellen duurde 20 minuten. Het koffiezetapparaat was overwerkt. Whatever…) Netjes om 12 uur staan we bij de bus met onze skietjes onder de arm. Ronald kijkt nog eens op het busbordje, begint te lachen en ik voel hem al aankomen. De bus komt wel degelijk om 12 uur, alleen vertrekt hij pas om twintig voor 1. KAK! 
Ik vraag me echt af hoe dit allemaal mogelijk is? Ik heb me gruwelijk vermaakt, en het positief denken wordt op deze manier prima gestimuleerd, maar hoe kan dit? Allemaal tegelijk? Want vader en moeder skieden op dezelfde berg en bij hun ging alles wel vlekkeloos. Ligt dit nu aan mijn karma? 
Conclusie: Wintervakantie is best een avontuur. 


By on 18:09
Rudolf A(l)

Het onderwerp Rudolf Agricola, de heilige van Baflo, is al helemaal uitgemolken in mijn woonplaats. Toch blijft hij een fascinerend onderwerp. Mensen dromen over hem, praten tegen hem en één maal per jaar wordt hij in wc-papier gewikkeld. Baflo voelt zich volgens mij toch wel verbonden met Rudolf A.. Rudolf heeft zelfs een eigen wikipediapagina met best nog een lap tekst erop. Al is het begin niet zo sterk geschreven. Er staat namelijk: ‘Rudolf Agricola (ook Rodolphus Agricola Phrisius), eigenlijk Roelof Huesman [met variaties] (Baflo, 17 februari 1444 (of 23 augustus 1443)‘. Als je eigenlijk Roelof Huesman heet (met variaties) waarom wordt men dan ineens Rudolf Agricola als hij heilig wordt. En dan is ‘Rudolf Agricola’ nog voor simpele mensen. Voor wie het uit kan spreken is hij ‘Rodolphus Agricola Phrisius’. Pff, Rudolf daalt in mijn achting met al zijn namen. Het scheelt dat er niet ook nog titels voor staan. En dan zijn geboortedatum: 17 februari 1444 (of 23 augustus 1443). Sorry hoor, maar hoe kan je je vergissen tussen 17 februari 1444 en 23 augustus 1443? Hier zit geen enkele gelijkenis tussen. Deze data zitten niet eens dicht bij elkaar. Wou hij graag twee keer zijn verjaardag vieren? Of was zijn ‘spirituele geboorte’ in 1443? Dat zou wel wat verklaren. Wat is het ook een mysterieuze man. Dat we geen details van hem weten maakt het wel weer extra spannend. Ik denk dat Rudolf wel de meest onbereikbare man in Baflo is. Ik heb hem laatst in een wilde bui proberen te versieren. Beetje flirten en knuffelen, maar het werkte niet. Het kan ook zijn dat hij meer interesse had in Inge. Arme ik:p Eigenlijk denk ik dat hij zich te goed voelt voor ons. Hij heeft ook veel bereikt. Vier boeken uitgegeven, hij kon belachelijk veel talen spreken en natuurlijk staat hij als standbeeld onder de Martinitoren. Wie kan zoveel zeggen? Als ik hem was zou ik me ook te goed voelen voor mij. Rudolf is al uitvoerig besproken door menig Bafloër. Toch wou ik mijn woordje over hem ook nog even kwijt. Die knappe, slimme Rodolphus Agricola Phrisius… Wat een man!

1 February 2011
By on 13:11
Zeuren en verven

Ow god, tentamen:s En dan leren. Het wil echt niet! Maandag heb ik een tentamen van communicatie theorie en die naam is al nauwelijks te typen. Ik zit op het moment echt in een dal der dieptepunten. En de timing van dat tentamen ben ik ook niet zo over te spreken. Mijn planning voor de komende weken ziet er namelijk als volgt uit. Maandag: tentamen Dinsdag: film monteren Vrijdag: presentatie De volgende week: niks De week daarna: niks Helemaal niks! Twee week vrij en helemaal niets te doen, want het nieuwe blok begint daarna en huiswerk is er niet. Kan dat tentamen dan niet wat later geplaatst worden? Dat zou zo fijn zijn. Een echte studieweek, want de afgelopen weken was toch een beetje vol. Communicatieplan, filmen, schrijven, en dan de dagelijkse dingen als soos en afwassen en zo. Zeker aangezien dat tentamen echt onmogelijk is. Vier boeken (niet allemaal helemaal, maar toch wel veel) en al die schrijvers zijn van het ‘professioneel gebrabbel’. Van die mensen die denken ‘Ik ben slim, ik heb mijn doctoraal in blablabla en gebruik daarom allemaal dure woorden.’ Terwijl ik zoiets heb van: je schrijft dit voor studenten, als studie materiaal. Dan zou het handig zijn als zij het zouden begrijpen. Die dure woorden leren we wel in de fase dat we het woordenboek voor ons plezier gaan lezen. Maar voor nu moeten we de lesstof onder controle krijgen en dat lukt zo niet, professor brainiac! Zo! Dat was mijn frustratie over het tentamen. Die twee weken vrij hebben namelijk ook wel voordelen. De rest moet wel naar school en werk, dus ik zal mezelf moeten vermaken. Ik denk dat ik eindelijk eens mijn huis ga schilderen. Muziekje aan, vals meebrullen en overal verfvlekken. Prima vooruitzicht. Tips, kleursuggesties, stagelopers en andere meningen zijn welkom!

23 January 2011
By on 13:09
Gezocht: stageloper

Ik heb zo’n gruwelijke hekel aan de afwas doen. Het afdrogen is niet zo erg, maar afwassen zelf…

Er staat dan zo’n bult en ik sta er dan een aantal minuten naar te staren. ‘Zal ik het wel doen, zal ik het niet doen…?’ En keek op keer vind ik wel een excuus om het niet te doen. Eerst even stofzuigen, of mijn mail checken. Het gaat zelfs zo ver dat ik liever voor de tv ga zitten en Spongebob kijken, dan dat ik de afwas doe. Ik moet daarbij wel even vermelden dat ik Spongebob stom vind. Ooit vond ik hem zelfs eng. Hier ben ik na langdurige therapie overheen gekomen, maar Nickelodeon probeer ik nog steeds op bepaalde uren te vermijden.

Er bestaan meerdere manieren om de afwas aan te pakken. De eerste: na het eten de afwas doen werkt niet. Bij papa en mama wel. Papa was opperafwasser en het afdrogen deed ik dan wel. Daarnaast kan ik dan ook moeilijk zeggen ‘Nee, geen zin.’. Hier, daarentegen zit ik na het eten op de bank te wachten tot de afwas zichzelf doet.
Optie twee: tijdens het koken de afwas van de vorige dag doen. Beetje roeren in de pan, groente snijden en ondertussen de afwas. Werkte redelijk. Maar wat voor student ben ik als ik niet aan opwarmmaaltijden doe? Lasagne in de oven, noodles, maaltijdsalade. Dat is zo gedaan. Denk maar niet dat er dan een ‘ondertussen’ is om de afwas te doen.

Daar komt nog eens bij dat tijdens het roeren en groente snijden msn aan staat. Allemaal mensen die aandacht vragen (voornamelijk Inge:p) en die buzzers, als ik niet reageer, zijn erg irritant.

De volgende optie: afwassen als ik dingen nodig heb. Ook daar is wat op tegen. Aanrecht vol, dus waar moet ik mijn broodjes smeren? Plus, wat nou als ik heujl erg honger heb en ik moet eerst een mes afwassen. Dat is ook niet praktisch!

Optie vier was de dobbelsteen die ik van Eva kreeg met sinterklaas (correctie: van Sinterklaas). ‘Jij wast af’ en ‘Ik was af’. Allebei drie keer. Alleen is er meestal  alleen een ‘ik’ en geen ‘jij’. Peter en Frederick hadden namelijk een beetje moeite om dat ding op te pakken. Knagen er aan ging overigens wel goed.

Gooien met een dobbelsteen als je alleen eet is altijd in je nadeel. Optie vier afgekeurd.

Optie vijf in de ideale oplossing: een stageloper. In de soos hebben we ze soms, nu bied ik mijn huis ook aan om te stagelopen. Kom maar afwassen bij mij. Tien uur volmaken is het toch meestal? Das flink wat keren afwassen!:) En je krijgt er ook een vergoeding voor! Aai over de bol! En als ik heel tevreden ben dan mag je ook mee-eten. Dat is toch best een goede deal?!  

 

31 December 2010
By on 18:14
Ohhhh, wit, moooi! Pats boem!

Heerlijk die sneeuw! Mij hoor je juichen. Jody juicht met mij mee en morgenmiddag om vier uur staat er een sneeuwdans gepland. Wees allen welkom om, met ons, moeder natuur om meer sneeuw te smeken!

Nog meer zachte, koude, betoverende vlokken. Ik wil ze omlaag zien dwarrelen, de grond raken en zien smelten. Vervolgens kijk ik weer omhoog, knipper de vlokjes uit mijn wimbers en volg het volgende vlokje, net zo lang tot ze blijven liggen.

De eerste sneeuwmomenten zijn magisch. Op de fiets zitten en ineens alles wazig zien worden. Regen? Nee, sneeuw! Opeens hoor je iedereen om je heen ‘ohhh’ en ‘moooooi’ geluiden maken.

 Of wakker worden en verrast worden met een pak sneeuw op de wereld. Zelfs als je niet zo van sneeuw houdt, zal je vrijdag met een glimlach voor het raam hebben gestaan. Sneeuw is niet praktisch, maar wel ontzettend mooi!

Het raam in mijn slaapkamer is een schuine. Ik deed het rolluik open en zag wit. Jammer genoeg hield het daarbij op, de sneeuw blijft op het raam liggen. Vanuit de kamer had ik een beter uitzicht. Wit balkon, witte bomen en wit gras. De weg was schoon, speciaal voor alle mensen die sneeuw niet lief vinden. Fijn dat met hen ook rekening is gehouden.

Sjaal om, muts op, en een hele dikke jas aan. Buiten is het erg koud, maar dat wordt vergeten omdat het zo mooi wit is. Vervolgens ga ik keihard onderuit. O ja, sneeuw komt met ijs en ijs is glad. Na een paar gemompelde scheldwoorden sta ik vol goede moed weer op. Niets kan mijn wintereuforie bederven!

Lidian vroeg mij het volgde ‘Waarom is mensen zien uitglijden zo grappig?’. Dat is een goede Lidi, want zelf uitglijden is helemaal niet leuk. Meestal landt je op een staartbotje of een knie, die vervolgens een week pijn doet. Iemand anders onderuit zien gaan is daarentegen wel leuk. Misschien heeft het iets te maken met de wanhopige poging om te blijven staan. Je weet dat je uitglijdt en dat de val onmogelijk te voorkomen is en toch probeer je te blijven staan. Dit maakt de val nog vernederender en pijnlijker. Zwierende armen, verschrikte ogen, benen in de knoop en een ‘Wahhhhh’ in de lucht. Jij denkt ‘Nee’, voor de toeschouwer is dit hilarisch.

Misschien heeft het iets te maken met de reden waarom we pinguins zo leuk vinden. Volgens onderzoeken is dat omdat ze zo onhandig en hulpeloos lijken. Ze gaan regelmatig tegen de grond en verplaatsen zich zoals hele dikke mensen doen. *

Als mensen uitglijden zijn we ook hulpeloos grappig. Leedvermaak, maar mensen worden er vrolijk van. Sneeuw doet zoveel voor de emotionele gesteldheid van mensen!

 

* (Vreemd trouwens dat pinguins nog steeds uitglijden over ijs. Ze leven op de Zuidpool. Dan zou je toch denken dat ze gewend zijn aan de gladheid. Of haakjes onder hun voeten evalueren. Zuignappen? Iets om grip te houden op het ijs. Misschien weten ze dat ze zo grappig zijn en ontwikkelen ze deze eigenschappen expres niet, ten behoeve van de mensheid. )

 

28 November 2010
By on 15:35
Vier trappen, head rush en geen post

Ik woon op twee hoog. Om bij mijn voordeur te komen moet ik vier trappen omhoog. Slopen is dat, na een lange dag.  Ik heb acht uur op school gezeten, ben moe en licht in mijn hoofd. (Dat gevoel dat je krijgt wanneer je te snel opstaat. Of wanneer je een ‘griepje onder de leden hebt’ zoals mijn moeder dat altijd mooi zegt.)Ik voel me een beetje zwakjes en hoogteverschillen zijn dan opeens heel erg vervelend. Zelfs het verschil van vier trappen is vervelend.

Onderaan sta ik even stil. Ik werp een blik omhoog en mijn mondhoeken gaan hangen. Het is zó ver! De eerste trap doen mijn benen nog vol frisse moed. Mijn hoofd daarentegen vindt die eerste trap het ergste. Stel het gevoel voor dat je krijgt als je hoofdpijn hebt en iemand besluit je hoofd ook nog even in een wasmachine te gooien. Gelukkig ebt dat gevoel langzaam weg en bovenaan is het over.

Dat was de eerste trap. De tweede trap is de makkelijkste. Mijn benen zijn nog niet zo moe en het achtbaangevoel in mijn hoofd heb ik gehad. Daar komt nog eens bij dat mijn brievenbus bovenaan de tweede trap staat. Als beloning voor het bovenkomen mag ik daarin kijken. Meestal is het een zware teleurstelling. Vijf van de zeven dagen zit er helemaal niets in. Op zondag kan ik natuurlijk verwachten dat niemand mij een brief of telegram stuurt, maar alle andere dagen voel ik toch een klein beetje hoop, elke keer dat ik de sleutel er in steek.

Maar elke keer niets. Twee keer in de week krijg ik van die gratis streekkranten met berichten er in als ‘De bewoners van het attenawegje zijn blij met het nieuwe straatnaambordje’ en ‘Bimbo de kat kan nu naast de keukendeur, ook de badkamerdeur open maken’. Dat soort kranten worden gemaakt voor mensen die te onbelangrijk zijn om post te krijgen . Mensen zoals ik dus. Laatst heb ik twee weken achter elkaar geen post gekregen behalve de streekkrant. En toen ik eindelijk een brief kreeg bleek die voor de vorige bewoners te zijn.

Ik mis de post. Kaartjes en brieven krijgen is echt heel gaaf! Zelfs een post-it zou ik nu waarderen. Post, vooral geschreven post, doet mij speciaal voelen. Iemand heeft de moeite genomen om speciaal voor mij iets op papier te zetten. *zucht* Post, ik mis je.

Goed, tweede trap gehad, ging makkelijk, maar was een grote teleurstelling. Nog twee te gaan. De derde trap wordt al moeilijker. Mijn spieren beginnen zacht te piepen en ik vraag me af waar het gezucht vandaan komt. Dit blijken van mijn schoenen te komen, die ook moe zijn. We zijn er bijna jongens!

En dan de laatst, helse trap. Als een pleister van de huid verwijderen probeer ik dat snel achter de rug te krijgen. Ik sprint naar boven, maar de head rush komt terug en bovenaan sta ik met mijn handen in mijn haren te kreunen. Auw! Het einde van de dag is zó zwaar!

Ik strompel naar de deur met de sleutels in mijn hand. Maar ik ben zwak van de zware dag en mijn grip is niet meer zo sterk. De sleutels glippen uit mijn hand. Op de rand… Over de rand… Helemaal, vier trappen, naar beneden. Shit!

 

10 November 2010
By on 21:00
En ze lazen nog lang en gelukkig…

Ik hou niet van open eindes. Als ik aan het lezen ben wil ik weten hoe het afloopt. Ik lees voor mijn plezier en niet om daarna in spanning te blijven zitten en zelf te verzinnen hoe het afloopt. Als ik dat kon had ik het boek wel geschreven. Ik kan er gewoon niet mee omgaan! Het einde van een deel van een series kan ik zelfs al niet hebben. Ik zit al twee jaar te wachten op deel vier van de Inheritance cycle en elke keer als ik er aan denk kijk ik op de website of de release datum al bekend is. Dat is ongeveer één keer per week. Het duurt maar en het duurt maar en de boze koning in de boeken is nog steeds levend. Al twee jaar kan hij ongestoord Alagaësia bestormen en alle armen mensen daar kapot maken. Das niet cool. Gelukkig ontdek ik meestal series als ze al volledig uit zijn. Twilight bijvoorbeeld. Ik kwam achter de hele meute geflipte fans aan en kon in één keer doorlezen. Een hele week deed ik niets anders dan bladzijden omslaan. ‘En wanneer komt deel drie uit van de film? O, dat was gister. Gaaf! Morgen bioscoopje pakken?’ Dat is pas ontspannen van een serie genieten. Maar dan gebeurt er iets in het verhaal dat ik niet leuk vind. Er gaat iemand dood of wordt evil of zwanger en dan ben ik helemaal antiboek. Dat was niet de bedoeling! Er moet wel een ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’-einde komen. Vandaag had ik er weer zo één. Een zesdelige serie en in boek drie wordt de persoon die het verhaal een beetje boeiend maakt evil. Ik krijg traanogen en begin te schelden( Ooohoo Lisa!) uit onmacht. Hiervoor heb ik geen tien euro neergelegd. Op dat moment kan ik het niet laten om op wikipedia te kijken hoe het verder gaat. Als er een kans op een happy end is lees ik verder. Anders ga ik in een hoekje mezelf zitten te wiegen en wegkwijnen. Triest ben ik! Nog triester is dat ik boos op het boek ben. Hoe kan daar nou zo’n actie in staan? En waarom is de hoofdpersoon altijd verdrietig? Nu ben ik ook verdrietig. De antwoorden weet ik wel, zonder verdriet kan er geen happy end zijn en zonder doel zal het verhaal tergend saai zijn. Dus daarom gebeurt er iets stoms, zodat het verhaal weer goed kan komen. Ik hou gewoon niet van een verdrietige hoofdpersonen en zwangere mensen. Doe mij maar een pijn-aan-je-tanden-zoet einde. Met bloemetje, innige knuffels en I-love-you-s. Geen open eindes, geen slechte afloop, gewoon een simpel happy end.

20 October 2010
By on 20:26
De ziel heeft mij hoofdpijn

Diepe discussies komen op de meest vreemde plekken. De trein is er zo één. Ik was met Steven bij oma geweest en de reis terug was erg enerverend. Vele filosofische onderwerpen zijn aan bod gekomen, waaronder de ziel. Steven heeft het hier nog met een aantal andere mensen over gehad. Hij stelde me een aantal vragen die me aan het denken hebben gezet. Wat is de ziel? Wikipedia vindt dat de ziel een niet materiële, spirituele component van de mens is. Volgens onderzoeken weegt de ziel 21 gram. Dit is al discussiewaardig. Wikipedia zegt dat het niet materieel is en de wetenschap beweerd dat de ziel 21 gram weegt. Dat klopt niet! Iets niet materieels kan geen 21 gram wegen. Wel zijn dit twee verschillende bronnen, maar alsnog spreken ze elkaar tegen. De wetenschap heeft (nog) geen bewijs gevonden voor het bestaan van de ziel. Ook is het moeilijk om een definitie te geven van wat de ziel precies inhoudt. Ik heb wat gegoogled en ben zo tot een conclusie gekomen, de ziel een combinatie van het intellect, de wil, passie en lust is. Ongeveer. Dit is nog weer te verduidelijken, maar om het niet te moeilijk te maken gebruik ik dit. Het intellect is een combinatie van IQ en eigen oordeelvermogen. Net als de wil, passie en lust is dit een gevoel dat volgt op wat je zintuigen waarnemen. Dit wordt allemaal gedaan door de organen en linkjes in ons lichaam. Dus zit de ziel daarin? Of is het iets dat een beetje in ons rondzweeft? Ondertussen zaten we nog steeds in de trein. Het gesprek over de ziel ging verder. Steven stelde nog een vraag: ‘Geloof je in de evolutietheorie?’. Dat doe ik. Uiteraard volgt ‘Hoe kan je in God én in de evolutietheorie geloven?’, maar dat terzijde. De volgende opmerking was: ‘Hoe is de ziel dan in mensen gekomen? Is die er halverwege in geëvalueerd?’ Ik keek Pokemon en heb heel wat biologie en natuurkunde gehad, dus deze opmerking vond ik erg leuk. Maar ook moeilijk. Hoe is die ziel in ons gekomen? En hebben mensen als enige een ziel, of dieren en planten ook? Bij Winsum was ik in de war en in Baflo had ik hoofdpijn. Wat een vragen! Ik heb wat mensen gevraagd naar meningen over dit onderwerp. Er kwam vrij weinig uit. Net als ik, weten de ondervraagden echt niet hoe dit precies zit. Tot nu toe heb ik het volgende: In de evolutie zijn de organismen van hele kleine dingen naar hele grote geëvalueerd. Errug langzaam gingen de bewoners van planeet aarde, uit meer en meer cellen bestaan. Plankton – vis – vis die kan ademen – landkruiper – landloper – mens. Zo iets. Heel kort door de bocht. Aangezien dat zo langzaam gegaan is, zou het dan ook kunnen zijn dat de ziel er langzaam in is gegroeid? Of had dat stukje plankton ook al een ziel? Zo ja, hoe komt hij daar dan aan? Ik vind het een beetje een slappe theorie en hoop iets beters te vinden. Iemand suggesties?

16 October 2010
By on 19:45
Flow voor mietjes en diehards

Kennen jullie het woord flow? Het heeft twee betekenissen. De eerste is natuurkundig en volgens woordenboek.nl ‘quotiënt van volume en tijd, volume gepasseerde lucht per tijdseenheid, V/t.’. De tweede betekenis vond ik op een spirituele website: ‘De optimale toestand van ervaring. ’. De ruime en iets specifiekere vertaling hiervan is ‘het gevoel dat je krijgt als je volledig opgaat in iets.’

Vaak ervaar je flow met sporten. In dat opzicht komt de natuurkundige zowel als de spirituele definitie goed van pas. Ik heb het gemerkt tijdens het fietsen. Heel hard een berg afrijden. De lucht ging ontzettend hard langs me heen en de kriebels in mijn buik maakte de flow compleet. Toch ben je van binnen compleet zen en aan het genieten. Gevaarlijk, want ik ga altijd net iets harder dan tot waar mijn zelfcontrole reikt.

Het gekke is dat ik ook in een flow zit als ik aan het schrijven ben. Soms wil het ook helemaal niet, maar vaak is het zo dat als ik begin, ik niet meer op wil houden. Vanmiddag was ik bezig met een economisch artikel voor school. Ik zag er erg tegenop. Het leek me heel saai en ik heb het tot het laatste moment uitgesteld.

Toen ik eenmaal bezig was, op zoek naar informatie en met het schrijven, ging het wel lekker. De 400 woorden waar ik me aan moest houden heb ik ruimschoots overschreden. Ik vond mijzelf op een forum, actief aan het discuteren over het regeerakkoord. Ik snap het niet! Het uitspreken van het woord ‘overheid’ heb ik al moeite mee, en nu gebruikte ik woorden als stagneren. Is dat is een flow zitten? Zo ver doorgaan dat je dingen leuk maakt die je eigenlijk geen drol interesseren?

 

Over of mijn flow echte flow is of dat ik gewoon een beetje geflipt ben, valt te speculeren. Er zijn echter mensen van wie ik zeker weet dat zij regelmatig flow mee maken. Maandag ben ik met papa en mama naar de European Outdoor Film Tour geweest. Ongelofelijk! Mama vertelde over zwetende handjes van de spanning. Ik dacht, naïef als ik ben, ‘Ja tuurlijk…’. Tien minuten in de filmzaal en bingo; een kabouterbad in mijn handen.

De EOFT is een organisatie die elk jaar een film uitbrengt over extreme sporters. Alleen veel beter dan welke documentaire ooit heeft kunnen doen. Persoonlijke verhalen, spanning en grappige momenten. Bijvoorbeeld het kajak deel, waarin meneer-de-waaghals zich van een 55 meter hoge waterval naar beneden stort en, na hem een poosje kwijt te zijn geweest, lachend boven komt met slechts een halve peddel.

Het deltavliegen boven een gigantisch morning glory cloud is nog zo één. Of voor de grap 300 dagen alleen op een onbewoond eiland gaan zitten. Zet je een val omdat je toch wel zin hebt in vlees, valt er een drie week oud biggetje in. Heftige verhalen met een aandoenlijk stukje.

De beste van de film vond ik Alex Honnold die aan free solo doet. Free solo is bergbeklimmen. Alleen dan zonder zekering. Geen touw, geen speciale uitrusting. In gympies, korte broek en alleen gewapend met talkpoeder omhoog langs een eindeloze verticale wand. Echt geweldig hoe hij dat doet. Dat trailer van de het stukje van Alex is te vinden op: http://www.eoft.eu/nl/programma/alone-on-the-wall/

Op internet zijn ook nog langere en leukere filmpjes te vinden. Ik zeg: ga even kijken. Echt wow!

 

13 October 2010
By on 19:26